Sprankelend vernieuwen in de gevestigde orde: van botsing naar bedding

 

Vernieuwen gaat zelden in één vloeiende beweging. Het vraagt experimenteren, aanpassen en soms ook een stap terug. Het nieuwe wijkt per definitie af van hoe er tot dan toe gewerkt werd. Daarmee raakt het aan bestaande regels, ingesleten gewoontes, diepgewortelde overtuigingen en uiteenlopende belangen. Dat leidt vrijwel onvermijdelijk tot spanningen. Die spanningen zijn niet alleen begrijpelijk, maar ook betekenisvol. Ze laten zien dat vernieuwing ergens over gaat.

 

Spanningen in herkenbare situaties

In de praktijk komen deze spanningen in allerlei vormen naar voren. Denk bijvoorbeeld aan:

  • een beslisser die vraagt om een uitgewerkte jaarbegroting, terwijl voor innovators nog niet duidelijk is welke stappen precies nodig zijn;
  • een managementteam dat inzet op brede uitrol van een pilot, terwijl de betrokken vernieuwers aanvoelen dat dit te vroeg is—of zelfs contraproductief;
  • collega’s die het belang van een nieuwe richting zien, tegenover anderen die vanuit ervaring en verantwoordelijkheid goede redenen hebben om vast te houden aan het bestaande.

Dit soort situaties vragen niet om snelle oplossingen, maar om zorgvuldig handelen. Hoe ga je als professional om met deze dynamiek?

 

Van botsing naar bedding

Om hier beter zicht op te krijgen, is het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de vraag hoe je effectief kunt omgaan met de spanning tussen ‘het nieuwe’ en ‘het bestaande’. De inzichten zijn gebundeld in het paper Sprankelend vernieuwen in de gevestigde orde: van botsing naar bedding van Suzanne Verdonschot.

In dit paper worden drie fasen onderscheiden die vernieuwingen doorgaans doorlopen. In elke fase krijgen spanningen een andere vorm en vragen ze om een andere manier van handelen.

Bijzonder aandacht gaat uit naar de fase waarin vernieuwingen worden opgeschaald en breder ingebed. Juist daar wordt het spannend: het nieuwe moet zich gaan verhouden tot bestaande structuren en routines.

Het onderzoek laat zien dat in deze fase onder andere de volgende handelingsperspectieven van belang zijn:

  • het betrekken van ‘tussenpersonen’ die verschillende werelden met elkaar verbinden;
  • het creëren van ‘tussenruimte’ waarin dialoog en afstemming mogelijk zijn;
  • oog hebben voor verlieservaringen die gepaard gaan met verandering;
  • het expliciet maken van de wezenlijke vraagstukken die spelen;
  • en het vooruitdenken over werkafspraken die helpen om de vernieuwing ook in het dagelijks werk levend te houden.

 

Wat betekent dit voor opleidingskundigen?

Voor opleidingskundigen en professionals in corporate education is dit een herkenbaar en relevant vraagstuk. Vernieuwing raakt immers altijd aan leren en ontwikkelen in organisaties—en andersom.

De vraag is dan niet alleen wat je vernieuwt, maar vooral hoe je dat doet in relatie tot de bestaande context. Juist in het omgaan met spanningen ligt een belangrijke sleutel voor duurzame verandering.

 

Lees verder

Benieuwd naar de volledige inzichten en voorbeelden uit het onderzoek? Lees het paper: Sprankelend vernieuwen in de gevestigde orde: van botsing naar bedding.

 

Vooruitblik: samen verder onderzoeken

Het onderzoek krijgt de komende periode een vervolg. Op basis van een nieuwe onderzoeksagenda wordt verder verkend welke dilemma’s en kritische situaties zich voordoen in verschillende ontwikkelingsfasen van vernieuwing.

Dat gebeurt onder andere via interviews en dialoogsessies met professionals uit het veld. Daarnaast zijn er opnieuw momenten waarop vakgenoten kunnen meedoen als onderzoeker—een ‘open keuken’ waarin samen geleerd en onderzocht wordt.

Wil je hierbij aansluiten of op de hoogte blijven? Neem dan contact op via [email protected]. Je ontvangt dan meer informatie over de opzet en geplande momenten.